Mijn visie rond huiswerk in het 5de leerjaar

Gevolgen van het M-decreet en niet zittenblijven: verzuchtingen van een leerkracht


Nu het M-decreet in volle uitvoering is en er ook een heksenjacht tegen zittenblijven aan de gang lijkt, word ik voor het eerst in mijn carrière geconfronteerd met een aantal kinderen in de klas die op geen enkele wijze nog aansluiting vinden met de leerstof van het vijfde leerjaar. En zelfs niet met het klasgebeuren.

Eerst een positieve noot: ik voel mij als leerkracht langs alle kanten gesteund. Ik kan mijn verzuchtingen kwijt bij mijn directie, mijn collega’s, de zorgcoördinator en de GON-begeleider. Allen gemotiveerde, geëngageerde en professionele mensen met een hart voor kinderen. 

Maar elke dag zie ik kinderen in mijn klas wegkwijnen omdat ze gedwongen werden in een onderwijs/opleiding dat niet bij hen past. Omdat ze tegen beter weten in door moeten in het gewoon onderwijs. Omdat ze daardoor niet de lessen krijgen die ze verdienen. En ja, ik heb daar al voor geweend. 

Om te schetsen wat er fout gaat, zal ik mijzelf eens als voorbeeld gebruiken. 

Stel dat ik de universitaire opleiding burgerlijk ingenieur zou MOETEN starten. Iedereen weet dat ik dat niet kan. Maar geen nood, ik zal vrijstellingen en extra ondersteuning krijgen. 

Elke dag ga ik dus naar de universiteit, wetende dat ik het gros van wat daar verteld wordt niet begrijp.

De professor heeft minder tijd voor mij. Hij/zij is lief en aardig maar hij/zij moet vooral aan de slag gaan met de studenten die aan het einde van de rit burgerlijk ingenieur willen/kunnen worden.

Sommige makkelijkere onderdelen van sommige lessen kan ik meevolgen, maar de meeste leerinhouden gaan mijn petje te boven. Tijdens de moeilijke lessen (en dat is het grootste deel van de dag) krijg ik iets wat meer op mijn niveau is: een apart boekje om zelfstandig in te werken of zelfcorrigerende oefeningen op de laptop. Goed bedoeld van die prof, want die wil mij natuurlijk vooruit helpen. Toch voelt het aan als bezigheidstherapie want ik weet natuurlijk ook wel dat het “echte werk” iets anders is. 

Bij groepswerk mag ik meedoen. Er is altijd wel iemand vriendelijk genoeg om mij een beetje te betrekken. Mijn inbreng is miniem want ik begrijp niet altijd helemaal waarover het gaat. Gelukkig kan ik mooi tekenen.

Mijn omgeving zegt dat ik meer mijn best moet doen. Dat ik beter zou kunnen als ik het zou willen. Maar ik heb dat al lang opgegeven. Ik ben al blij als ik eens weet waarover het gaat. 

Je zou denken dat één jaar genoeg is in deze situatie? Nee hoor, ik ga binnenkort over naar het 2de jaar burgerlijk ingenieur. 

Ik vind dat iedereen die aan de wieg stond van deze “nieuwe wind” in het onderwijs eens in een opleiding zou moeten meedraaien die VER boven hun petje is.


Reacties